Tags

, , ,

Een jong meisje loopt naar huis. Onderweg komt ze een oude dame tegen die voor het zebrapad staat te wachten. “Och kindje, de auto’s rijden hier zo hard, ik durf bijna niet over te steken.” “Ik help u wel mevrouw”, zegt het meisje en ze neemt de oude dame bij haar arm. Als ze veilig en wel aan de overkant zijn, bedankt de oude vrouw haar voor haar hulp.

“Omdat je mij zo goed geholpen heb, wil ik je graag iets vertellen.” Ze gaat zitten op een bankje. Het meisje gaat ook zitten, toch wel een beetje nieuwsgierig. “Ken je dat oude gebouw, dat al jaren leegstaat aan de rand van de stad?” Ja, dat kent het meisje wel. “Daar ligt een schat verborgen. Niemand weet ervan. Maar pas op, als je op zoek gaat, neem dan niet te snel genoegen met wat je ziet.” “Waarom gaat u de schat zelf niet opzoeken?”, vraagt het meisje. “Ach kind, daar ben ik veel te oud voor. Ik denk dat jij er veel meer plezier aan zult beleven.” En weg is het vrouwtje. Het meisje blijft verbaasd achter.

De eerstvolgende zaterdag staat ze vroeg op. Ze heeft donkere kleding en sportschoenen aangetrokken. Op haar rug draagt ze een rugtas. Ze voelt zich een klein beetje belachelijk, maar haar nieuwsgierigheid wint het. En dus gaat ze op pad. Bij het gebouw aangekomen, duwt ze het hek dat eromheen staat een stukje open en glipt er doorheen. Het gebouw binnenkomen, blijkt bijna nog makkelijker. Waar nu te beginnen?

Naar boven of naar beneden? Beneden lijkt de beste plek en dus gaat ze voetje voor voetje de schemerige trap af. Het wordt nu wel heel donker. Gelukkig heeft ze een zaklamp meegenomen. Beneden gekomen ruikt het muffig en hier en daar zit ze wat water langs de muren lopen. Ze schijnt wat met de zaklamp rond, totdat ze iets ziet glinsteren. Zou dat…?

Vlug loopt ze ernaartoe en waar ze de glinstering zag, ziet ze nu een kast die half uit z’n voegen hangt waar zakken met geld in staan. Ze schijnt nog een keer met haar zaklamp en de koperen munten glimmen in het felle schijnsel. Wow! En dat ligt hier zomaar op haar te wachten? Ze wurmt de rugzak af om het geld erin te doen als ze opeens de stem van de oude dame hoort: “Neem niet te snel genoegen met wat je ziet”. Dat is waar ook. Wat zou het betekenen? Misschien toch nog even doorzoeken?

Ze doet de rugzak weer leeg op haar rug en loopt door de donkere gang. Aan het einde ziet ze nog een trap naar beneden. Hij is veel smaller en het hout is op verschillende plekken helemaal rot. Bijna valt ze naar beneden als ze haar voet op een verkeerde plek neerzet en haar hart klopt in haar keel? Zal ze toch niet gewoon naar boven gaan en al die koperen munten meenemen?

Ook nu is het haar nieuwsgierigheid die haar voortdrijft. Eindelijk is ze beneden. Ze ziet geen hand voor ogen, maar voelt wel een koude vochtige lucht die haar de adem beneemt. Ze schijnt met haar zaklamp. Weer ziet ze in de verte wat glinsteren. Toch een beetje angstig loopt ze door het donker; zichzelf bijschijnend met de lamp. Aan het einde van de gang staat een grote kist en daarvoor liggen wat zilveren munten op de grond. Ze rent er naartoe. De kist is op slot, maar inmiddels zo verrot dat ze hem makkelijk open kan wurmen. Het zilver glanst haar tegemoet. Verblind deinst ze achteruit. Dit is een nog veel grotere schat dan die eerste! Maar goed dat de oude vrouw haar gewaarschuwd had! IJverig schept ze de munten in haar rugtas. Hij wordt steeds zwaarder. Als hij echt niet voller kan, wil ze opstaan. Maar een klein stemmetje houdt haar tegen. “Wat als er nog meer is?”

Ze twijfelt. Wil ze echt nog verder dit griezelige gebouw in? Dit is toch goed genoeg? Dit is toch prachtig? Wat zullen haar ouders opkijken! En haar vriendinnen! En wie zegt eigenlijk dat er meer is? Besluiteloos staat ze in het donker, de zware rugtas al op haar rug. Dan opeens doet ze haar rugtas af en schudt hem resoluut leeg. Nog één stukje verder dan.

De trap die ze nu af moet is meer een soort touwladder en het laatste stukje moet ze springen. Ze komt terecht in een diepe plas water en ze gilt het uit als ze een dikke rat weg ziet rennen. Verstijfd van angst en het koude water dat haar sokken doorweekt heeft, staat ze stil. Hoe komt ze straks eigenlijk weer naar boven? Net als ze rechtsomkeert wil maken, ziet ze in de verte iets oplichten. Ze loopt er behoedzaam heen. Als ze bij de bewuste plek is gekomen, ziet ze dat er een scherpe bocht in de gang zit. Ze schijnt met haar zaklamp in de ruimte en wat ze daar ziet, maakt dat ze alles vergeet. De kou, de ratten, hoe ze weer terug moet komen. Er ligt een enorme berg goud, edelstenen, diamanten. Noem maar op. Het geeft licht van zichzelf.

Hoe moet ze dit ooit meekrijgen? Dit is zo groot. Opeens staat het oude vrouwtje naast haar. “Als ik je nog een wijze raad mag geven: neem mee wat je nodig hebt. En kom terug wanneer je weer wat nodig hebt. Probeer het niet in één keer te bevatten.” Nog voordat het meisje iets kan terugzeggen, is de vrouw alweer verdwenen. Het meisje volgt de raad van de oude dame op en op het moment dat ze de tas dichtritst, staat ze weer buiten. Ondanks de zware rugtas loopt ze zo licht als een veertje naar huis.

Zo is het ook met je eigen verhaal. Voor je echte verhaal – niet het sociaal wenselijke, het aangeleerde of het verhaal dat past bij je rol – moet je soms diep graven, maar uiteindelijk stuit je op goud. Je hoeft het niet in één keer te bevatten; je mag elke keer weer opnieuw ontdekken.

www.lelixxor.nl

Advertisements